Geschiedenis


Het was aan het eind van de zeventiger jaren. Volvo startte met het plan G-13: het ontwikkelen van een kleinere en zuinige Volvo voor de Amerikaanse markt. De toekomstige productielocatie stond al vast: Born. Dit was de plek van de DAF personenauto fabriek die in 1973 werd overgenomen door Volvo Car Corporation. Vanaf 1976 werd er de Volvo 300-serie geproduceerd.

 

Marktonderzoek

De randvoorwaarden voor het nieuw te ontwerpen product waren eind 1979 gereed. Marktonderzoek was verricht, de doelgroep was duidelijk. De auto zou een echte ‘eye-catcher’ moeten worden, een voorwielaangedreven model met een wielbasis van 2,5 m. De nieuwkomer zou op een bodemplaat ontwikkeld moeten worden waar tevens andere varianten uit voort moesten komen. De eerste auto, de voortrekker van een nieuwe serie, moest een sportief model worden.      concept

Project G13

Doordat er zoveel belang werd gehecht aan het ontwerp werden er maar liefst vier ontwerp-bureaus ingeschakeld. Allereerst deed de ontwerp-afdeling van Volvo Zweden mee in het ontwerp. Daarnaast kon ook het ‘stylingcenter’ in Helmond mee doen. In dit centrum was de 300-serie (toen als een toekomstige DAF 77) ontworpen, en het werd gezien als een local office van Volvo Car Corporation. Ook de twee gerenommeerde Italiaanse stylinghuizen werden ingeschakeld: Bertone en Coggiola.

Alle designers kregen dezelfde opdracht mee om op papier een nieuw model te presenteren op een schaal van 1:5.

P1800 elementen

In Helmond had Rob Koch de leiding over de stylingafdeling, die op dat moment vooral bezig was met veranderingen in de 300-serie. Rob stelde een team samen van 4 personen die zich (in deeltijd) bezig gingen houden met de ontwerpen voor project G-13.

Uiteindelijk bleken de ideeën van John de Vries het meest bepalend in de ontwikkeling van wat later de Volvo 480 ging heten. Het was John de Vries die zich van meet af aan liet inspireren door de fraaie Volvo P1800-ES.

1800ES
modelzweden Op 9 juni 1981 werden vier 1:1 modellen gepresenteerd aan onder andere de Zweedse Raad van Bestuur. Het model van model van Coggiola viel toen af omdat het zicht aan de achterzijde te gering was. Het model van Bertone werd te hoekig bevonden, terwijl Volvo daar wat van af wilde. Hoewel in het Nederlandse model niet een traditionele Volvo werd gezien, of misschien wel juist daarom, kreeg deze toch het groene licht. Ook de Zweden mochten verder gaan met de ontwikkeling van hun model.

 

Model Galaxy

Na dit belangrijke moment in de geschiedenis van de Volvo 480 werd het gekozen model verder ontwikkeld onder de naam Galaxy. Belangrijke kenmerken van de 480 waren nog niet aanwezig. In het prille begin had het model gewone koplampen, hoewel John de Vries allang wist dat deze niet voldeden aan de toenmalige Amerikaanse regelgeving wat betreft de hoogte boven het wegdek. In de periode daarna werd er nog behoorlijk ‘gerestyled’. Niet alleen in Helmond, maar ook in Engeland en in Zweden werd er door steeds meer personen gewerkt aan de Galaxy, de toekomstige 480. Na diverse buitenprestaties werd de keuze definitief en ook de laatste concurrent -Volvo Zweden- viel af. h007b

Bijna klaar..

De ontwikkeling ging verder. Diverse 1:1 modellen kwamen gereed zowel van klei, hout als van epoxy. In dit stadium werden de ‘pop-up’ lampen geïntroduceerd, de kleine grille kwam onder de bumper en het voor de 480 typische slot kwam erbij. In 1982 werd de 480 voor het eerst voorzien van een motor en ging de auto de weg op. Dit gebeurde vooral in Amerika, waar het er echter wel steeds slechter uit begon te zien voor de 480. Vooral de dalende dollarkoers maakte een Amerikaanse introductie steeds onwaarschijnlijker.

Maar na nog enkele jaren hard werken was het eindelijk zo ver. In september 1985 verschenen voor het eerst spionagefoto’s in autotijdschriften. Op 15 oktober 1985 zag de internationale pers voor het eerst de nieuwe telg uit de Volvo familie.

keuze_front

Eindelijk gereed

480es_intro In maart 1986 werd de auto aan het publiek gepresenteerd op de autotentoonstelling in Genève. De introductie in Amerika werd uitgesteld, maar drie maanden later was in Europa voor het eerst de Volvo 480 ES te koop! De internationale pers was zeer enthousiast over de nieuwe telg in de Volvo familie, die een echte toevoeging aan het Volvo programma was. Het uiterlijk en weggedrag waren twee superieure eigenschappen die door elke journalist werden aangehaald. In die tijd was het elektronisch informatie-display uniek in deze klasse van automobielen. De pers was zeer onder de indruk van deze progressieve aanpak. computer

Hoewel de auto zeer sportieve kenmerken had, waren de typische Volvo kenmerken als veiligheid en comfort heel duidelijk aanwezig. Behalve veel positieve reacties waren er ook enkele opmerkingen. Zo werd de 1,7 liter motor als niet sterk genoeg bestempeld. Niet iedereen was het hier over eens maar Volvo reageerde met de mededeling dat er ook een turbo-versie uit zou komen.

De eerste jaren

In het eerste jaar kon Volvo niet elke belangstellende tevreden stellen. Minder dan 1.000 auto’s werden in het eerste productiejaar verkocht. In het begin van 1987 kwam de definitieve produktielijn in Born gereed. De capaciteit van deze lijn was 20.000 auto’s per jaar wat nog steeds niet voldoende was om te voldoen aan de geplande verkoopaantallen van 10.000 in Europa en 25.000 in de USA, samen 35.000 auto’s per jaar.

turbo Export naar de Verenigde Staten was nog steeds een doel maar werd weer uitgesteld, nu naar 1988, want de dollar bleef dalen. De verkopen in Europa waren daarentegen boven verwachting goed. Aan het eind van 1987 werd de Turbo-versie gepresenteerd, die begin 1988 beschikbaar kwam voor het publiek. De eerste geruchten over een cabrio-uitvoering werden gepubliceerd. 1988 werd het beste jaar: 16.000 Volvo 480’s maakten kennis met het asfalt. Voor de Turbo was ongeveer evenveel belangstelling als voor de ES. Engeland, Italië, Nederland, Zweden, Duitsland, België en Frankrijk verkochten heel veel Volvo 480’s, maar geen enkel exemplaar ging naar Amerika.

Ook in 1989 was er geen verbetering in de dollarkoers, bovendien maakte nieuwe regelgeving in de USA het er niet makkelijker op. Door de succesvolle introductie van het 440-model was de noodzaak tot productieverhoging van 480-lijn minder noodzakelijk geworden. De 440, en later ook de 460, werden de ruggegraat van Volvo Car Nederland.

Zonder dak?

In maart 1990 werd op de autotentoonstelling van Genève de 480-cabrio als een studiemodel gepresenteerd. Eindelijk, na allerlei geruchten. Wederom was de pers heel erg enthousiast over deze auto, een Turbo met open dak, mèt rolbar. De cabriolet zou in productie genomen worden, maar een faillissement van een belangrijke leverancier gooide roet in het eten. Niet als studiemodel maar echt te koop was de 480 met automatische transmissie van ZF.

In 1991 was er weinig nieuws over de Volvo 480. Volvo Car onderhandelde met de Nederlandse overheid, Volvo Zweden, Renault en Mitsubishi over de toekomst van het bedrijf in Born.

480_cabrio_open

Het Volvo 480-Register

Vooral in Nederland ontstaat er een kleine maar zeer enthousiaste groep Volvo 480 rijders. Hoewel de auto nog in productie was, werd er al een vereniging opgericht naar het voorbeeld van echte Volvo-klassiekers zoals de P1800 en de V-44. Op 20 februari 1992 werd, eveneens in Born, de vereniging ‘Volvo 480-Register’ opgericht. Samen met Rob Koch, die ere-lid werd, kwamen meer dan 50 mensen bijeen om hun gezamenlijke enthousiasme voor de Volvo 480 te delen. oprichting

Nieuwe modellen

Op datzelfde moment besloot Volvo een nieuw model te introduceren: de Volvo 480 ES Two Tone (twee-kleuren-lak). Hiermee werden de alweer dalende verkoopaantallen weer wat opgevijzeld. De prima uitgeruste Two Tone was alleen in 1992 te koop. Helemaal zeldzaam is de Two Tone Turbo, die overigens officieel alleen buiten Nederland werd geleverd. Ook een minder luxe versie van de ES kwam op de markt, de 480 S. In 1993 werd de 1700 cc motor vervangen door een 2 liter exemplaar. Dit was vooral noodzakelijk omdat de dan verplichte katalysator de nodige pk’s vergde. De turbo uitvoering bleef gebaseerd op de 1700-motor. Toch zakten de verkoopaantallen en Volvo verlaagde de prijzen van de 480 serie in 1994. In dat jaar was de 480 ES 2.0i het basismodel. Naast een GT Turbo-lijn was er ook een reguliere GT-lijn te koop. Zowel de GT-Lijn als de GT Turbo-lijn hadden standaard ABS, traction control, lederen bekleding, airconditioning en lichtmetalen velgen. KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De laatste …

Enkele jaren daarvoor waren de eigendomsverhoudingen in Volvo Car Nederland veranderd. De Nederlandse overheid wilde haar invloed beperken. Een nieuw bedrijf, NedCar BV, werd opgericht. Volvo en Mitsubishi waren de belangrijkste partners. In Born zouden zowel Volvo’s als Mitsubishi’s uit de fabriek moeten rollen. Voor het jaar 1995 zou de assemblage van de Mitsubishi Carisma de plaats moeten innemen van de 480-lijn.

Op 7 september 1995 kwam de laatste Volvo 480 gereed. Officieel werden in totaal 80.463 Volvo 480’s geproduceerd. In 10 jaar tijd werden alleen enkele kleine dingen aan de auto veranderd. De Europese verkopen waren succesvol maar helaas voor de Amerikanen, zij waren nooit in staat om te ervaren wat de Europese 480-rijder meemaakt.