Motormanagement


De motor

Alle versies van de Volvo 480 hebben een vier cylinder multipoint injectie motor. Multipoint geeft aan dat elke cylinder zijn eigen brandstofinjectie heeft. Het voordeel van multipoint injectie ten opzichte van enkelvoudige injectie is een betere controle van het lucht-brandstof mengsel. Dit heeft tot gevolg dat de motor beter draait met een hogere efficiency en minder vervuiling.
De volgende zijn factoren essentieel om te komen tot een goed afgestelde motor: kwaliteit van de brandstof, het brandstof/lucht mengsel, compressieverhouding, vormgeving van de verbrandingskamers, timing van de injectie, afstelling van de ontsteking en de aansturing van de kleppen.
Van bovenstaande factoren worden er twee aangestuurd door het motormanagementsysteem: brandstofinjectie en ontsteking.

Management

Onder motormanagement wordt verstaan de besturing van het verbrandingsproces in de motor. Het managementsysteem wordt aangestuurd door de Electronische Controle Unit (ECU). Dit is een soort dataprocessor die zijn input ontvangt vanuit verschillende sensoren waarna de gegevens worden verwerkt tot output ten behoeve van de injectie en ontsteking. Gedurende alle productiejaren van de Volvo 480 zijn er verschillende ECU’s gebruikt, afhankelijk van het productietijdstip en het motortype. De ECU is onder het dashboard gemonteerd ter hoogte van de knie van de medepassagier. De ECU ontvangt signalen van de luchtdruksensor (onder de motorkap), de eventueel aanwezige lambdasonde (zuurstofmeting in uitlaatgas), vliegwielsensor (meet toerental en krukaspositie), CO potentiometer, inlaatluchttemperatuursensor, koelvloeistoftemperatuur, gaskleppositiesensor en pingelsensor in het motorblok. Afhankelijk van de inputsignalen worden outputs gegenereerd door middel van voorgeprogrammeerde IC’s (integrated circuits). De outputs worden verstuurd naar verstuivers, ontstekingseenheid en naar de regeling voor stationair toerental. De optimale programmering is in de fabriek proefondervindelijk vastgesteld.

Varianten

De programmering is per type ECU gelijk en verschilt dus niet per 480 uit hetzelfde modeljaar, maar de modeljaren kunnen onderling wel verschillen. Gedurende de productie van de Volvo 480 zijn er 14 verschillende ECU’s gebruikt met eveneens 14 verschillende ‘partnummers’.

Engine B18 E B18 F B18 FT B18 EP/FP B20 F
Year of production 1986-1988 1987-1989 1988-1995 1989-1992 1992-1995
Catalyst none controlled none/controlled controlled controlled
Ignition Fenix S 100620 Bendix 416-A(Fenix 3a) Bosh EZ 210 K Fenix 3B Fenix 3B
coil integrated integrated separate integrated integrated
ECU 9031281-0tot Ch.no.

520280

9031282-8

from Ch.no.

520281

9031283-6

(S)

9031290-1 9031291-9till Ch.no.

540196

9031292-7

till Ch.no.

567599

9031293-5

from Ch.no

579298

9031297-6[EP]till Ch.no.

586299

9031278-6[EP]

from Ch.no.

586300

9031287-7[FP]

till Ch.no.

586299

9031276-0[FP]

from Ch.no.

586300

9031272-9till Ch.no.

586299

9031273-7

from Ch.no.

586300